Nieuwsberichten 2012

25/11/2012
De Kabbalist meets De Alchemist

PAULO COELHO: "GOOI JE VLEUGELS IN DE WIND"
Door Geert Kimpen.

Negen jaar geleden was ik met Christine op vakantie in Portugal. Toen we door Lissabon slenterden, stond mijn hart stil toen vanuit de etalage van een boekenwinkel een bordkartonnen Paulo Coelho me toelachte. De boekverkoopster vertelde ons dat mijn lievelingsschrijver in de stad was, en gaf het telefoonnummer van de uitgever. Hoewel Christine gewoon belde om te vragen of hij lezingen gaf, vroeg de uitgever: "Wilt u een interview met hem?".
Was het toeval dat ik net die vakantie zijn verzameld oeuvre in mijn koffer had meegenomen, om het te herlezen? In twee dagen tijd ging ik razendsnel door zijn werk heen. Ik wilde me op en top voorbereiden om hem te ontmoeten. Doodzenuwachtig was ik, en ik oefende met Christine mijn Engels, om mijn vragen goed te formuleren. In een boekwinkeltje in Fatima kocht ik een cadeautje voor hem; het levensverhaal van Santa Teresa. Christine had erom gelachen; weet je echt niets beters te geven, zei ze.
De afspraak was in het Tivoli-hotel. Toen ik hem niet zag in de lobby, nam ik zenuwachtig de lift naar de 8ste verdieping; misschien zat hij in het restaurant. Maar ook daar was geen Coelho. Toen ik hem uiteindelijk toch in de lobby vond, zei hij "Please, call me Paulo,"met Zuiderse zwierigheid. Zijn zachte bruine ogen nodigden me uit hem te volgen naar de lege bar.
Terwijl ik achter hem aan liep en me verwonderde over zijn kleine paardenstaartje, stamelde ik "Thank you, I am Geert."
Hij bood me een sigaret aan maar genereus wilde ik daar een sigaar tegenover stellen. Alleen, het doosje viel uit mijn natte handen. Als een Tai Chi meester kroop Coelho sierlijk over de grond om mijn sigaartjes te verzamelen.
Ik dacht: 'Nee! De man, die wereldwijd goed is voor alleen al 30 mil¬joen verkochte boeken van zijn hit De Alchemist, zit geknield aan mijn stinkende vakan¬tieschoenen!'
Hij bleef langer onder dan normaal want zijn blik rustte op mijn zwarte tas.
"Heb je mijn boeken in het Nederlands bij je?"
"Ik ken geen Portugees.", verontschuldigde ik me.
"Ik zou ze willen tekenen."
Hij vistte een beduimeld exemplaar van 'De weg naar het zwaard' uit mijn tas en liefkoosde het.
"Ken je die boekhandel in Amsterdam? Op het eind van een straat, op een hoek. Er staat een standbeeld."
Met veel te luide stem riep ik"Athe¬neum!".
"Ja!"
Trots wiste ik het zweet van je voorhoofd.

"Daar kwam ik regelmatig toen ik in Amsterdam woonde. Ik droomde dat ooit mijn boeken daar te koop zouden zijn. Enkele jaren terug was het zover. Mijn boeken stonden daar in de rekken. En nu heb jij ze gewoon bij je..."

"Er staan er nog hoor...", probeerde ik een grapje te maken.
Hij lachtte als een roofdier en sloot toen zijn ogen. Zijn ge¬dachten gleden twintig jaar terug in de tijd.

"Singel 83. Het Brouwershotel. Een van de oudste hotels van Amsterdam. Ik vervloekte mijn hele spirituele gezoek. Als God bestaat dan moet hij in elk geval niet bij mij zijn, dacht ik. Ik was het zat. Het werd me te ingewikkeld. Te moeilijk. Het was januari 82. Ik was 35. Toen ontmoette ik in de coffeeshop van dat hotel mijn meester. J."

J. Ritman, jubelde ik, inspirator van de Bilbiotheca Philosophi¬ca Hermetica, de Amsterdamse bibliotheek waar ook Umberto Eco zijn research deed voor "De Naam van de Roos"!

"Nee, nee helemaal niet. Mijn meester heeft helemaal niets klassieks over zich. Hij is zo'n echte typische bestuurder van een bedrijf. Ik had van tevoren ook een heel ander beeld bij een 'meester'. Hij wil trouwens niet dat ik hem zo noem. Hij werkte voor Philips. Hij is nu enkele jaren met pensioen. Hij is een hele wijze man."

Vertel mij wat, dacht ik. Doorheen Coelho's oeuvre was J. ook een beetje mijn meester geworden. Ik dacht weer terug aan hoe hij Coelho initieerde in de Orde van R.A.M. Vroeg hij nu maar of ik wist waar R.A.M. voor stond. Achteloos zou ik geantwoord hebben: 'Tuurlijk. De R staat voor rigor oftewel kracht en regnum, konink¬rijk dus. De A staat voor amor, liefde en agnus, lam en de M staat natuurlijk voor misericordio, barmhartigheid en mundi, de wereld.'
Ik zou, alsof ik er zelf bij geweest was, herinne¬ringen opha¬len aan die avond dat Paulo ingewijd zou worden tot Meester. Maar dat feest ging mooi niet door.

"Ik geloofde toen dat je aan de ene kant uitverkorenen had en aan de andere kant, nou ja, de rest zeg maar. Ja, ik had nogal een elitaire blik op de wereld."

Paulo had dan ook het zwaard moeten weigeren toen J. het hem aanbood in het ritueel. Toen Paulo integendeel gretig zijn handen uitstak, stampte J. het uit zijn handen. Het ritueel werd afgelast.
J. gaf hem toen een opdracht die zijn leven zou veranderen.

"J. stuurde me op pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Daar leerde ik dat de wijsheid niet ergens in het hogere gezocht moet worden. De wijsheid is te vinden in het gewone leven tussen de gewone mensen. Ik leerde daar om die tekenen te herkennen die dagelijks op je pad komen. Tijdens die pel¬grimstocht ben ik veranderd. Dat kwam omdat ik me zelf toe¬stond om te veranderen. J. had gelijk toen hij zei: 'In die pelgrimstocht zal je het leven zelf ervaren en dat is waar het om gaat, ervaring. Dat kun je niet leren op academisch ni¬veau.'
Na Santiago was ik bereid te betalen voor mijn dromen. Einde¬lijk geloofde ik dat ze mogelijk waren."

Hij bladerde door 'De weg van het zwaard' waar hij zijn tocht in beschreef.
'Don't ever follow the manual', schreef hij er voor mij in. Met dit 'dagboek van een magiër' debuteer¬de hij op 40 jarige leeftijd.

"Je kunt niet geloven hoe lang het geduurd heeft voor dit boek begon te lopen. Of neem nu deze..."

Hij griste 'De Alchemist', zijn tweede boek, uit mijn tas.

"Dit was een complete flop toen het uitkwam. Het verkocht slechts 900 exemplaren. Mijn toenmalige uitgever zei: 'Ik kap ermee. Ik wil dit niet langer uitgeven. Hier heb je het contract terug. Probeer maar een andere gek te vinden.' Als je levensdroom altijd schrijven geweest is, komt dat keihard aan. Dan ga je eindelijk je legende leven en dan...
Ik herinner me nog dat ik als kleine jongen aan m'n ouders vertelde dat ik schrijver wilde worden. Ze dachten dat ik gek was. Een dwaas. Wie zou er in godsnaam in Brazilië van het schrijven kunnen leven! En ik geloofde hen.
Maar op dit punt in mijn leven geloofde ik hen niet meer. Ik wist dat er geen weg meer terug was. Ik zou nog liever sterven dan te vluchten. Sterven is tenminste een onderdeel van het leven. Dus ik dacht niet na. Ik had zelfs de tijd niet om te twijfe¬len of ik wel zou lukken. Ik deed wat ik te doen had; een andere uitgever zoeken. En dat lukte..."

En hoe! De Alchemist kwam in 150 landen in 61 talen uit. Warner Brothers kocht de filmrechten. Madonna noemt het haar lievelingsboek. Er bestaan Franse symfonieën, Broadway musicals en Turkse toneelversies van. En ook ik was kapot van het verhaal van de schaapherder die droomt over een gouden schat aan de voet van de piramide. Ook ik waande me in de oase van de woestijn waar hij de alchemist ontmoette. Ook ik werd verliefd op Fatima die water bij de bron kwam putten. Ook ik trok verder omdat ik eerst mijn schat moest vinden.
Ik herinnerde me het motto van het boek 'Als je iets wilt, spant het hele universum samen om ervoor te zorgen dat je je droom verwezenlijkt.' Ondertussen schreef hij in mijn boek 'Pay the price of your dreams'.

"Waarom denken mensen toch dat het onmogelijk is om hun eigen legende te leven? Het is toch tragisch als je je strikt aan de regels van wat wel en niet hoort, houdt! Had iedereen maar het lef naar het kind in zich zelf te luisteren. Het jongetje in je onthoudt altijd wat je droom was. Maar soms is zijn stem¬me¬tje gesmoord.
Pas door mijn pelgrimstocht te wandelen, hoorde ik hem weer klaar en duidelijk. Ik werd weer enthousiast en dat is het beste wat je kan overkomen. Alsof je dagelijks met God aan tafel zit en je als een kind zo blij je verhalen aan hem vertelt.
Natuurlijk hangt er ook een prijskaartje aan. Alles in het leven heeft een prijs. Maar je kan toch veel beter je porte¬monnee opentrekken voor iets wat alles voor je betekent in plaats van voor een kleurloos bestaan? Want betalen zul je.
Nou moet ik eerlijk toegeven dat ik wel erg voordelig uit ben.
Want wat kost mijn schrijversschap me nu? Goed, ik moet heel veel reizen over 4 continenten terwijl ik daar niet altijd zin in heb. Er zijn dagen dat ik vijf keer dezelfde vraag zit te beantwoorden. En als het dan ergens gezellig is, word ik weer ergens anders verwacht. Of ook het spreken op academische conferenties valt me heel moeilijk. Ik ben daar veel te verle¬gen voor.
Maar kom zeg, ik zoek daar gewoon mijn evenwicht in. Dat vraagt alleen wat discipline. Ik hou wel van feesten, van dronken worden en het laat maken. Maar toch gaat gewoon de wekker om 7 uur om te beginnen werken. Zo kan ik blijven doen wat ik het liefste doe; schrijven."

En dat was precies wat ik zelf ook wilde doen; schrijven. Het gaf me hoop dat hij er pas op zijn veertigste mee begon¬nen was. Ik was bijna 35.

"Dat is de kracht van mijn boeken, denk ik. Dat ze hoop geven. Toen ik de "De lessen van don Juan" van Castaneda las, gaf mij dat ook hoop. Kon ik ooit maar zo'n oude indiaan ontmoeten die mij in het leven inwijdde, dacht ik. Dat gaf me kracht. De sensatie van 'je bent niet alleen'.
Krijg ik uiteindelijk zo'n pragmaticus als meester! Nou ja, De Traditie is dan ook hele¬maal geen geheim genootschap of iets occults ofzo. Je zou ons kunnen vergelijken met een sociëteit van sigarenliefhebbers. Maar in plaats van over sigaren hebben wij het over de symbolische aspecten van het leven en de natuur. De universele symbolen die je in elke religie terug vindt en die de geschiedenis overstijgen. De Traditie bestaat uit een kleine groep mensen uit de katholieke kerk die zich zelf R.A.M. noemen.
Dat katholieke ligt voor mij voor de hand. Dat stroomt in het bloed door mijn aderen. Maar ook katholiek in de betekenis van dat je je eigen verantwoordelijkheid hebt. Dat je niet klakke¬loos achter een priester aanloopt.
Iedere meester heeft vier leerlingen. Of tenminste leerlingen, er zijn vier mensen die ik aanspoor om bepaalde taken te ondernemen. Zoals J. het als taak ziet mijn spirituele zoek¬tocht richting te geven. Hen het leven of universum uitleggen, kan ik niet. Maar door bijvoor¬beeld een pelgrimstocht te maken, ervaren ze hun eigen univer¬sum. Niet door studie.

De pretentie om iets te onderwijzen dicht ik me zelf niet toe. Ik ben verre van perfect. Ik rook en drink en eet vlees; eigen¬lijk doe ik alles wat politiek incorrect is. Ik ben een krijger, weet je wel, geen wijs man."

Maar wel een aandoenlijke krijger, dacht ik glimlachend, terwijl hij alweer in mijn zwarte tas graaide. Een krijger die net zo onhandig, ongeduldig of angstig kon zijn dan ik zelf. Eerder een antiheld. Eentje die graag zijn vrouw meeneemt op zijn spirituele avonturen omdat zij beter kaart kan lezen. Iets te vrijmoedig geworden, vroeg ik hoe belangrijk zijn vrouw nu eigenlijk voor hem is.
Hij gooide mijn exemplaar van 'Aan de oever van de Piedra huilde ik', op het zwart marmeren tafelblad. Ik schrok me wezen¬loos. Terwijl hij er nog net 'Love is the road' in geschreven had. Toen gooide hij zijn gespierde armen, met links de tattoo van een vlinder, de lucht in en sloeg vervolgens zijn schrijvers¬handen voor zijn ogen.
Domme vraag ook, dacht ik bang.

"Als... en dat is een woord wat ik niet vaak gebruik maar als ik haar ooit zou moeten missen dan zou ik niet weten wat te beginnen. Zij is het allerbelangrijkste in mijn leven. Met haar kan ik discussiëren, met haar kan ik vechten, ik ben gek op haar! Acht jaar zijn we getrouwd nu. En elk jaar op 31 december gaan we naar Lourdes. Ook dit jaar. Er is een heel groot feest in Rio en pas op, ik hou van feesten, maar de overgang die wil ik met mijn vrouw vieren. Samen geknield in de grot waar Maria verscheen. Samen bidden. Dat is een moment van devotie en van hoop. Dankbaar zijn voor de zegeningen van ons leven. Samen in de stilte en in de koude. Ben jij wel eens in Lourdes geweest?"

In Lourdes niet maar ik meende wel indruk te kunnen maken met dat ik de dag daarvoor in Fatima was geweest waar Maria versche¬nen was aan drie herderskinderen. Ditmaal was het mijn beurt om in mijn tas te graaien en er het Portugees boek uit te halen dat ik daar voor hem kocht. Over Santa Teresa.

"Hoe wist jij dat ik..."
Hij haalde zijn portemonnee boven.
Nog voor ik grootmoedig kon zeggen 'No, no, it is a present' toonde hij me twee bidprentjes. Een van Maria. En een van Santa Teresa.
"Santa Teresa.", mompelde hij. Het klonk als de zachte aanhef van een lied. Maar de liedjes die Coelho in zijn jeugd
schreef waren minder vroom, wist ik. Hij vormde een team met de Braziliaanse ster Paul Seixas en ze noemden zich de 'Alter¬native Society'. In hun liedjes verborgen ze duivelse bood¬schappen. Het getal van Het Beest 666 klonk als een sinistere mantra op de achtergrond.

"Op dat moment geloofde ik dat het me succes en fortuin
bracht. Ik was me er niet van bewust dat ik een donker pad zonder ethische waarden volgde. De 'Alternative society' was wel een soort van geheim genootschap. Ik was verteerd door egoïsme."

Het legde hem geen windeieren. Als 27 jarige was hij miljo¬nair en zong heel Brazilië zijn hits. Liedjes die indirect opriepen om een wereld te creëren waar de sterken bediend zouden worden door de zwakken en de enige wet was dat je je verlangens bevredigde.

"Heb je wel eens cocaïne gebruikt? Nee? Hoe dan ook, zo voelde het. We dachten dat we alles controleerden, dat we handelden in dienst van iets hogers. Het Beest? Maar het was een illu¬sie. We controleerden juist niets."

In zijn boek 'The Valkyries' beschrijft hij hoe hij tot dat inzicht inkomt. Het Beest komt zijn prijs innen op het toppunt van zijn muzikale roem. Urenlang reciteert hij onder het stromende water van zijn douche vergeten gebeden als echo van zijn jeugd.

"Ook in het donkerste woud is God altijd aanwezig. De sensatie van dat te ervaren is minstens zo sterk als cocaïne. Laat ik het zo zeggen; dat is 'the real thing'. Zoals Coca Cola. Die andere extreme uitwassen zijn vals. Maar God, die is, die is genereus, genadig, mededogend."

De volgende dag was zijn muziekcarrière over. Een tele¬foontje van CBS meldde zijn ontslag. Zonder opgave van rede¬nen.
Het zou hem vaker overkomen, wist ik uit The Valkyries. Iedere keer wanneer hij zijn zaakjes bijna voor elkaar had, werden ze hem ruwweg uit handen geslagen.
J. gaf hem een opdracht om die vloek te breken.

"Ik ging naar de Mojave woestijn in Los Angeles. Ik ben altijd erg zelfdestructief geweest. Ik geloofde niet dat ik geluk of liefde of succes verdiende. Dus iedere keer glipte het ook net op het laatst uit mijn handen. In de woestijn heb ik dat verbond tegen mezelf verbroken. Ik zelf was steeds mijn grootste vijand. Het gevaar zat steeds in mij zelf, niet ergens buiten. In de woestijn heb ik m'n bescherm¬engel ontmoet en met hem gewed dat ik nooit meer in die val zou trappen. Tot op de dag van van¬daag heb ik me daar aan gehouden. Kijk, deze ring herinnert me dagelijks aan die weddenschap."

Hij toonde me de ring met twee om elkaar heen kronkelende slan¬gen die de motor rijdende vrouwelijke apostel ook herkende in zijn boek. Zij hielp hem zijn engel te vinden.

"Ja jammer, dat The Valkyries nog niet in het Nederlands verschenen is. Het ligt mij nauw aan het hart. Maar ja, je mag niet vergeten dat mijn boeken nog maar sinds 94 internati¬onaal uitgebracht worden.
In mijn boek 'De Zahir' dat al wel in het Nederlands verschenen is, vertel ik meer over hoe ik uiteindelijk succesvol werd en het prijskaartje dat daaraan vast hing.""

Hij nam een Portugese versie van dat boek en schreef er een onleesbare Portugese opdracht in terwijl hij me aanspoorde nog een laatste vraag te stellen. Die had ik wel. Of hij nog een advies had voor een jonge man met een droom?

"Ja natuurlijk; lef, lef en nog eens lef! Breek de regels. Volg nooit de uitgestippelde paden. Probeer wat anders te doen ook al vertellen mensen dat je gek bent. Fuck off! Iedereen is toch gek? Gooi je vleugels in de wind. Natuurlijk zal je lijden. Maar betaal die prijs. Alles wat je dromen kunt, is mogelijk. Volg gewoon je pad. Dat is het enige wat je te doen staat."

Hij schudde mijn hand die niet langer klam was. Toen gaf hij me zijn visitekaartje.
"Aarzel niet om me op te zoeken als je in Rio bent.", zei hij, "Ik herken veel in je."

En met vlinders in mijn buik, dartelde ik over de trappen van het Tivoli-hotel. Ik gooide mijn vleugels in de wind en ik wist dat alles moge¬lijk was.
Maar toch had ik op dat moment nooit durven hopen dat ik vele jaren opnieuw de trappen van het Tivoli hotel zou oplopen in Lissabon. Met een aardige piccolo die mijn koffer droeg. In de lift zei ik tegen hem: "Ik ben schrijver." "Dat weet ik toch," zei hij glimlachend, "ik hoop dat u hier een fijn verblijf zult hebben." Hij keek me even vreemd aan toen ik hem vroeg of het mogelijk was om koffie te brengen. Pas toen hij de kamer verliet zag ik dat deze voorzien was van een chique Nespresso apparaat, met alle mogelijke smaken koffie.
Wat later nam ik de lift naar de achtste verdieping. Op het zonovergoten dakterras, met zicht over heel Lissabon, vertelde ik mijn verhaal aan de ene journalist na de andere. Twee dagen lang heb ik interviews gegeven. Fotosessies gedaan. De Portugese radio en televisie bezocht. Mijn boek O Cabalista is al aan een herdruk toe.
Toen ik terug op mijn kamer was, belde ik Christine die in Madrid op me wachtte waar ik daarna naar toe zou gaan om het verschijnen van El Cabalista te vieren. "Liefje," riep ik, "ik slaap in het hotel van Paulo Coelho!"

Geert Kimpen

De Kabbalist meets De Alchemist

14/09/2012
Het meisje dat aan de oever verscheen. - Vervolg exclusieve voorpublicatie van de Nieuwsbrief.

(vervolg van het verhaal uit de Nieuwsbrief)

“Hoe bedoel je?”

“Toen je daar zo vrolijk lag.”

“Ik, ik was me aan het wassen,” antwoordde Kama nors.

Het meisje werd vertederd door Kama’s ongemakkelijk blik en het rood op zijn wangen.

“Je hoeft je toch niet te schamen, jongen. Ik ben Shakti trouwens, wie ben jij?”

“Kama.”

“Kom  uit het water, Kama,” zei ze, “ik heb je toch al lang gezien, wat maakt het uit. Het is lekker hier in de zon.”

Onwillig stapte hij de rivier uit, aarzelend of hij zijn handen nonchalant naast zijn lichaam zou laten hangen of zogenaamd achteloos voor zijn geslacht.

“Niets om je voor te schamen,” zei ze terwijl haar schitterende ogen snel over zijn druppelende lichaam gleden.

Toen hij naast haar ging zitten in kleermakerszit, de armen op zijn schoot, zag hij pas hoe mooi ze was. De sierlijke wenkbrauwen leken door de vaardige hand van een kalligraaf met donkere inkt getekend te zijn, haar wimpers leken de doorzichtige vleugels van een vlinder, en haar ogen waren zo helder en fris als een net ontloken dag.

“Het was alsof de rivier mij vanochtend riep,” zei het meisje met een betoverende lach. “En als de rivier roept, moet je luisteren.”

“Wat riep ze dan,” vroeg Kama, “ Blote jongen gesignaleerd! Alle meisjes snel uitrukken om uit te lachen! Zoiets?”

Shakti lachte. “Je deed niets verkeerd, toch. Je genoot alleen maar van dat prachtige lijf van je. Je enige zonde was dat je er niemand anders van deed mee genieten. Wel, dat heb ik dan maar gedaan.”

Hij was verbaasd door haar vrijmoedigheid. Het meisje was beslist jonger dan hem. Zestien, hooguit zeventien jaar.

“Woon je hier in de buurt,” vroeg hij.

“Ja, daar” zei ze en wees naar het oerwoud dat begon achter de bosjes waar hij de nacht had doorgebracht. 

“Hoe…”

“Ik ben kluizenaar.”

“Kluizenaar?,” vroeg Kama slim, “kluizenaars die zijn toch net op zichzelf? Die verschuilen zich toch diep in de bossen wanneer iemand hen  passeert?”

“Dat klopt,” zei ze, “maar ik zei  je toch dat de rivier mij vanochtend riep. Ze had gelijk.”

“Hoe bedoel je?”

“Dat ik hier de liefde zou vinden.”

“Ik snap niet…”

“Jij.”

“Ik?”

“Jou zou ik hier vinden. Toen ik je zo op het water zag liggen, vol van leven en wellust, wist ik dat jij de reden was dat ik een jaar lang in dit woud had gewoond zonder iemand te spreken. Levend van de noten en de bessen, van gebed en meditatie. Nu jij er bent, begrijp ik het pas. Jij bent mijn verlangen.”

Ongelovig staarde Kama naar het beeldschone meisje dat hem met zoveel vanzelfsprekendheid de liefde verklaarde. Het meisje dat hem aankeek met ogen vol acceptatie van alles wie hij was  zonder spoor van twijfel.

“Snap je het nog niet,” vroeg ze toen ze zijn onbegrijpende blik zag, “wij horen bij elkaar, jij en ik. Jouw reis is gisteren begonnen maar vandaag ben je al op je eindbestemming. Ik heb hier op jou gewacht. Het was een lang jaar maar geen dag had ik er van willen missen omdat ik wist dat jij zou komen.”

“Maar… dat kan niet…”, zei hij geschrokken. “Het spijt me. Ik ben op reis. Ik ben op zoek.”

“Dat weet ik toch,” zei ze terwijl ze opstond. Haar silhouet tekende zich af tegen de fel broeiende zon en nu pas zag Kama  de scherp gesneden contouren van haar lichaam alsof ze door Krishna zelf uit marmer was uitgehakt.

 “Het is mij voldoende dat ik je gezien heb. Dat de liefde een gezicht en lichaam heeft gekregen. Daardoor zal ik de ontberingen beter kunnen doorstaan. Natuurlijk weet ik dat je vele andere vrouwen zult beminnen. Ik weet niet eens of ik je ooit terug zal zien. Maar dat is niet belangrijk. Ik heb de liefde in de ogen gekeken en dat is voor mij genoeg reden om voor te leven.”

Ze draaide zich zonder aarzelen om en wandelde gracieus over het strand naar het woud.

“Wacht,” riep Kama, “wacht. Dit kan toch niet. Gun me even de tijd om dit te begrijpen, Shakti.”

“Wat begrijp je dan niet,” vroeg ze met een droeve glimlach toen ze zich omdraaide.

“Je kent me toch niet? Je kunt toch niet je leven lang hier op me wachten? Ik kom niet meer terug. Nooit. Ik ben op weg om de liefde te leren. Ik moet naar het oosten.”

“Natuurlijk. Dat moet je ook doen. Ik vraag je toch niet om hier te blijven. Ik vraag je niet om terug te keren. Ik vraag je niets. Ik wil je alleen maar liefhebben. Met heel mijn wezen, heel mijn hart, heel mijn lichaam, elk moment van mijn leven. Ik wilde de liefde vinden. Jij wilt ze zoeken. Natuurlijk. Daarom ben je man. Daarom moet jij de wereld in.”

“Wacht eens even,” zei Kama nu beledigd. “zo gemakkelijk gaat dat niet. Je verklaart me de liefde, zegt dat je altijd van me zult houden, en dan ga je er vandoor. We hebben elkaar niet eens lief gehad!”

 “Wat ben je toch een gekke jongen. Jij gaat toch op reis? Niet ik. Je kan er ook voor kiezen om bij mij te blijven. Om te vinden in plaats van te zoeken. We kunnen hier samen leven. Of de wereld in trekken. Er is iemand die ons verhaal schrijft. Die plannen met ons heeft, een bepaald doel. Opeens bedacht hij dat we elkaar hier tegen zouden komen. We kunnen hem vragen onze liefdesgeschiedenis te schrijven. We zijn niet willoos in zijn handen. We zijn sterk genoeg om hem van zijn plan te kunnen laten afwijken. Hij wil alleen maar het best mogelijke verhaal. We kunnen alle avonturen en levens leiden die we kiezen. Ieder moment kunnen we onze bestemming veranderen. En we zouden elkaar ook gewoon lief kunnen hebben,” zei ze, “wil je dat?”

“Bedoel jij dat we de helden uit een gedicht zijn dat iemand over ons schrijft? Dat niet ik de beslissing nam om op zoek te gaan naar de liefde,  maar hij?”

“Ja, dat bedoel ik,” zei Shakti. “Jij bestaat bij zijn gratie, hij heeft jou en mij gecreëerd. Hij verlangde naar ons en riep ons tot leven. Jij bent de jongen die hij wilde zijn. Ik ben het meisje dat hij wenste te ontmoeten bij de rivier. Hij wil gewoon een mooi verhaal vertellen waarin hij zichzelf beter leert kennen. Maar hij is ons alleen maar dankbaar als  we dingen doen die hij niet verwacht, die hij niet kent en niet zelf kan bedenken. In ons leven wil hij zijn eigen leven herontdekken.”

Kama voelde zich erg ongemakkelijk bij wat het meisje hem vertelde. Dat alles wat hij deed, alles wat hij dacht, alles wat hij zei, niet in hemzelf ontstond maar in zijn dichter. Ook deze gedachten. En bij die gedachte werd hij gek.

Shakti  liep naar hem toe, keek rond of er niemand luisterde, en fluisterde toen in zijn oor: “Weet je, Kama, ook de dichter wordt geschreven. Hij denkt dat het zijn wil is om ons verhaal te schrijven. Dat hij ons kan laten lopen, lachen, verdrietig zijn, vrijen, zwemmen, wanneer hij wil. Maar hij schrijft alleen maar omdat er iemand anders schrijft dat hij zit te schrijven. Ook hij zit gevangen in zijn eigen verhaal.”

“Waarom hult hij zich in zijn stilzwijgen? riep Kama verontwaardigd uit.  Waarom zegt hij niets? Ik heb toch het recht te weten wie hij is? Ik wil wel eens zien aan wiens brein ik ontsproten ben. Hij is  toch een soort van…”

“Vader? Jouw vader, inderdaad,” zei Shakti, “en mijn vader. De vader van alles wat we hier rondom ons zien. Van de rivier, de hete zon, het woud. Hij heeft alle dingen gemaakt waarin wij leven. Zonder hem waren wij er niet geweest, en hadden we elkaar niet ontmoet. Je kunt ervoor kiezen boos op hem te zijn, maar ook dankbaar. Hij is de schepper die naar ons verlangde. Hij is Kama. Het verlangen. Hij wil dat we boven ons zelf uitstijgen. Anders geraakt hij verveeld door ons. Dan kunnen we zomaar opeens sterven  in een witregel op een half volgeschreven bladzijde. Zonder einde. Een onafgemaakt verhaal dat in een la belandt vol slechte ideeën. …”

 “Wel, zeg het dan maar, dichter van me,” riep hij naar de hemel, “zeg dan maar, wat ik moet doen. Zal ik Shakti kussen? Raakt u daar opgewonden van? Zal ik haar beminnen? Zegt u het maar.”

“Ik heb er ook nog wat over te zeggen, hoor,” zei Shakti lachend.

“Nee,” zei  Kama brutaal, “als hij besluit dat jij nu je mooie goudkleurige sari aflegt, en we elkaar hier op het strand beminnen zoals nog nooit twee personages elkaar beminden, dan gebeurt het. Dat heb je zelf gezegd.”

“Nee,” zei Shakti droef. “niet dat ik het niet zou willen, Kama, want ik verlang naar je. Het verlangen naar jou heeft me uit het woud gedreven. Toen ik jou zag drijven en de rivier zag beminnen voelde ik een verzengend verlangen in me dat ik nooit eerder voelde. Alsof ik zelf de rivier was die jou met duizend vingertoppen streelde. Maar verhalen gehoorzamen aan wetten. Wetten waar ook onze dichter aan moet gehoorzamen. In een verhaal moeten moeilijkheden worden overwonnen. De held moet strijden om zijn doel te bereiken. Of hij het bereikt of niet is een samenspel tussen jou en de dichter. Maar zonder obstakels, geen verhaal. Misschien blijven we wel eeuwig naar elkaar verlangen. Komen we nooit bij elkaar tenzij in de fantasie van een lezer die naar ons samen zijn verlangt. Mijn rol is voorlopig uitgespeeld. Ik was het mooie meisje dat aan de oever verscheen die eerste ochtend van jouw reis. Het ligt in de aard van het verhaal dat je me lang niet terug  zult zien. Ik zal alleen verder leven in jouw gedachten.”

“Die de gedachten van de dichter zijn…”

“Of van jou,” zei ze terwijl ze met een droeve glimlach naar jou wees  . “Ja, naar jou die dit verhaal nu leest. Want ik besta op dit moment alleen maar in jouw gedachten. Zoals jij alleen maar in de gedachten van jouw dichter bestaat. Ik ga nu, ik heb al veel te veel gezegd.” Ze gaf een zachte kus op Kama’s lippen en liep toen het verhaal uit, zonder nog één keer om te kijken.

Geert Kimpen (1965) schreef na zijn internationale bestseller De Kabbalist, een tweede succesroman De geheime Newton. Met Rachel, of het mysterie van de liefde, bestendigt Kimpen zijn schrijverschap. www.geertkimpen.com

 

Het meisje dat aan de oever verscheen. - Vervolg exclusieve voorpublicatie van de Nieuwsbrief.

07/06/2012
Discussieer mee over Europa.

Frontier Radio 7 juni 2012: We pakken Europa terug!

 Naar aanleiding van Geert Kimpens artikel:  ”Links kust Rechts” dat gepubliceerd is op de website http://www.earth-matters.nl is er vandaag een themauitzending die geheel in het teken staat van de ontwikkelingen in Europa.  Geert Kimpen stelt in dit artikel de volgende vragen:
” Valt het jullie eindelijk op? In Griekenland zijn de grote winnaars van de verkiezingen de extreem linkse en rechtse partijen. In Frankrijk kozen de extreem rechtse le Pen kiezers, uiteindelijk voor de linkse Ollande. En In Nederland zijn er twee partijen die zich onderscheiden van het geneuzel in het midden; het extreem linkse SP en de extreem rechtse PVV.
Toeval? Nee, natuurlijk niet. Wat zowel extreem links als rechts bindt, is een gemeenschappelijke hekel aan de Europese Gemeenschap in het algemeen, en de Euro in het bijzonder.
Ook al roepen jullie, ‘verstandige’ politici uit het midden in heel Europa, hoe noodzakelijk het is de Unie in stand te houden, en hoe onze economie in elkaar zal storten zónder Euro, wij geloven jullie niet langer. Hoe zouden we jullie ook kunnen geloven?
Wie wil er leven in een werelddeel dat wordt geregeerd door een 3 procent obsessie? Jullie 3 % is uitgeroepen tot het Nationale Volkslied van de Europese gedachte;
…Wie zijn begrotingstekort onder de 3 procent houdt, Die is zo braaf, die is niet stout…
Wie boven de 3 % durft te gaan. Die zal Europa laten vergaan….
Wie wordt er opgewonden van zo’n hol lied? Een willekeurig percentage waarvan niet één van u ons
kan uitleggen, waarop het gebaseerd is….”
Het artikel is verder te lezen via: http://www.earth-matters.nl/11/5183/verborgen-nieuws/links-kust-rechts .

Tijdens deze uitzending zullen Lea Manders ( www.mensenspirit.nl), Douwe Beerda (www.visionair.nl) en Daniel Zavrel (www.beinginbusiness.com) de vaste forumgasten zijn.
Tijdens deze uitzending kunnen luisteraars live meepraten en -discussieren.

Discussieer mee over Europa.

07/05/2012
Wie is London...?

(Vervolg van de column, op onze nieuwsbrief...)

Maar toch dreigde er nog een kink in de kabel te komen.

Toen we zondagmiddag klaar stonden om naar België te gaan, had Zonneke het Hondenparadijs nog niet gelezen. Ik besloot streng te zijn. Christine had namelijk als voorlichting op het leven met een hond voorgelezen, dat het voor een hond is alsof hij in een roedel terecht komt, wanneer hij bij een familie komt wonen, en dat hij daarin zijn plaats moet kennen. Dat het voor een hondje belangrijk is te weten wie de Alpha hond is, de leider van de roedel. Trots benoemde ik mezelf tot Alpha hond, en de Alpha hond sprak; "Eerst Suske en Wiske lezen, en vertellen wat je er van geleerd hebt."
Bezeten verslond Zonneke Het Hondenparadijs en toen ze op pagina 36 was, riep ze, "Papa, papa, ik weet het al wat de les is van deze Suske en Wiske."
"Ja," vroeg ik.
"Hondjes kunnen wel dromen van een paradijs, tot ze ontdekken dat het echte paradijs de roedel is waar ze toe behoren," zei ze een beetje onzeker.
De Alpha hond in mij kon niet anders dan het kleine meisje goedkeurend toe te lachen. En zo komt het dat sinds gisteren onze roedel is uitgebreid met een nieuw meisje. "Londen" heet ze. Daar is flink wat gepraat aan vooraf gaan. Maar met een nieuwe powerpointpresentatie wist Zonneke al onze namen van de kaart te vegen en ons te overtuigen van haar naam. "Hadden we geen prachtige reis met zijn drietjes naar Londen gemaakt? Hadden we daar niet in de voetsporen van Newton gelopen? Was een stadsnaam die zo bij onze familie hoorde, niet de allermooiste naam voor een nieuw lid van de familie?"
De Alpha hond had deemoedig geknikt. Het was niet eenvoudig de Alpha te zijn van een roedel meisjes die zijn gevoelige plekken zo goed wisten te bespelen. Welkom Londen. Welkom in de roedel.
Geert Kimpen.

Wilt u ook onze Nieuwsbrief ontvangen? Stuur een mailtje met simpelweg "Nieuwsbrief" naar susanbrown@geertkimpen.com en we sturen hem u toe.

Wie is London...?

21/03/2012
We staan op het balkon.

We staan op het balkon.
Door Geert Kimpen.

Die Griekse vrouw op het balkon. Herinner je haar nog? Met de handen geklemd aan een balustrade, ergens hoog op een troosteloos flatgebouw. Ze was net ontslagen. Samen met haar man zag ze geen uitweg meer. Ze had het al niet breed, maar hoe moest ze nu al die rekeningen betalen, haar huur, haar kinderen voeden? Haar man kwam snel tot bezinning. Maar op haar hebben ze meer dan vijf uur moeten inpraten. Toen koos ze toch weer voor haar uitzichtloze leven. Geen krant vertelt ons hoe het nu met haar gaat. Ongetwijfeld heeft ze nog steeds geen baan, en ligt ze 's nachts met hartkloppingen wakker hoe ze verder moet. Overmand door schaamte dat ze vijf uur lang de tv camera's van de hele wereld op zich gericht had, en nu weer anoniem verder moet. In een lawine van slecht nieuws dat over haar land heen dondert.
Top na top persen we de Grieken verder uit. We beladen ze met alle zonden van de wereld. Ze zijn onbetrouwbaar, komen hun afspraken niet na, zijn corrupt, en leugenachtig. We eisen nog meer besparingen, nog meer inspanningen, nog meer bezuinigingen, nog meer massa ontslagen. Ze zullen ons niet belazeren. Ze zullen zweten en zwoegen, willen ze aanspraak kunnen maken op onze zuurverdiende miljarden. We zijn toch niet gek. En zo trommelen we als bavianen met stropdas wild op onze borst, om dan na weer een nachtlang vergaderen, 130 miljard over te maken.
We kijken niet meer op van die bedragen. 130 miljard natuurlijk. Het zegt ons niets. Het is niet te vatten. Je zou denken, nou, met zo'n bedrag, moet zo'n land er toch bovenop komen. En moet er toch weer een nieuwe baan te vinden zijn voor die Griekse vrouw op het balkon.
Maar niets is minder waar. Die 130 miljard wordt niet gebruikt om te investeren. Om projecten op te zetten. Om mensen aan het werk te helpen. Nee, die 130 miljard wordt gebruikt om in de bodemloze put van de staatsschuld te gooien. Zodat die op papier tenminste weer wat fraaier oogt. Want het belangrijkste is dat onze heren en dames bankiers tevreden zijn. Zij zijn de enigen die profiteren van die megabedragen. Malafide wereldondernemingen die malafide financiële producten verkocht hebben, waardoor de hele wereld aan de afgrond staat.
Zo maken we op een beschaafde manier van de Grieken onze nieuwe lijfeigenen. Tot in lengte van dagen zullen ze gedoemd zijn te werken om de alsmaar groeiende schuld af te betalen.
Met hetzelfde gemak, pakken we dit volk dat ooit de democratie uitvond, ook hun democratie af. We zetten in plaats van een verkozen leider, een bankdirecteur aan het hoofd, zonder inspraak. Zo weten we tenminste zeker dat ze vooral de belangen van de banken zullen dienen. Om president te worden moet je in het moderne Europa niet langer verkozen worden, nee je moet op je cv hebben staan dat je gewerkt hebt bij Goldman Sachs, de bank der banken. En we eisen nu al, dat zelfs als er verkiezingen komen in Griekenland, de volgende leider van het land, gedwongen zal zijn de onhaalbare afspraken die de huidige bankdirecteur/president maakt, ook te handhaven. Leve de democratie.
Maar ze krijgen er natuurlijk ook wat voor terug. Namelijk dat fantastische lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. Het mogen gebruiken van de Euro. Wie wil dat niet? Die zo prachtige club waar iedereen toch bij wilt horen. Die ons welvaart en succes brengt. Die volkeren verbindt. De enige manier waarop we het redden in de wereld. Een verbintenis die voor vrede en solidariteit zorgt.
Zo solidair dat de Griekse consumentenbond opgeroepen heeft, geen Nederlandse producten meer te kopen. Kan je het ze kwalijk nemen? Zou jij nog Goudse kaas willen eten wanneer Nederland jouw land gijzelde en naar de afgrond bracht.
En kijk eens hoe solidair wij zijn. Als we werkelijk één gemeenschap waren, waarom komen we dan niet massaal de straat op, om het op te nemen voor die Grieken? Omdat we niet willen dat onze leiders zulke criminele pakten sluiten, die een hele bevolking tot slavernij veroordeelt?
Waarschijnlijk worden we pas een beetje wakker, wanneer onze vlotte wonderboys uit Den Haag zich binnenkort weer terugtrekken op een of ander luxe kasteeltje waar ze met elkaar een robbertje gaan vechten over de 15 miljard bezuinigingen die ze ook ons op gaan leggen. Zo ongeveer het bedrag dat onze bijdrage is aan het noodlijdende Griekse volk. Want die15 miljard zal pijn doen. En die zal ook ons doen ontwaken uit onze roze droom, dat het lijkt of de crisis over is.
En dan plots zullen we op het avondnieuws een vrouw in Heerlen zien. Of in Leeuwarden. Of in Gouda. Zo'n wanhopige vrouw op haar balkon van een troosteloze flat. Zo'n vrouw die net gehoord heeft dat ze haar baan kwijt is. En een paar uur lang zal ze de journaals halen.
Maar de volgende dag zullen de camera's al weer gericht zijn op onze leiders die in een nieuwe top ontdekken dat al die miljarden in Griekenland toch weer niet geholpen hebben. En dat het nu echt de laatste keer is geweest.
En de bankiers heffen het glas. Laat ze het maar uitvechten, denken ze, terwijl ze weer nieuwe financiële producten bedenken waardoor ze nog meer mensen, landen en continenten in de fatale afgrond storten.
Eigenlijk kunnen we alleen maar hopen dat de nieuwe bezuinigingen ontzettend veel pijn zullen doen, zodat we eindelijk in actie komen. En wanneer onze minister president dan eindelijk eens een lang interview geeft, zullen we hopelijk een betere vraag voor hem kunnen bedenken dan: "Wil je met me trouwen", zoals onze kritische studenten deden in de Nova College Tour.
Want we staan al lang met zijn allen op het balkon van onze flat, alleen weten we het nog niet.
Geert Kimpen.

We staan op het balkon.

17/02/2012
Brief aan onze Leiders.

Beste leiders,

Doe het nu niet. Nog een top. Opnieuw dat drukke, nerveuze overleg om Europa te redden. Nog eens proberen een eensgezinde verklaring uit te geven dat u er helemaal uit bent, om na enkele dagen weer te merken, dat uw maatregelen weer niet afdoende waren.


U bedoelt het goed. U gelooft er ook werkelijk in dat het noodzakelijk is de Euro overeind te houden. U bent er werkelijk van overtuigd dat dit werelddeel in elkaar stort wanneer we geen Euro hebben. U denkt echt dat als we allemaal maar voldoende bezuinigen om die biljoenen bij elkaar te brengen, om alle gaten te dichten, het uiteindelijk weer beter zal gaan.


Maar... wij geloven u niet meer, beste leiders. En belangrijker nog; wij willen het niet meer. U bent iets voor ons aan het redden, waarvan wij niet willen dat het gered wordt.


Misschien zijn we ondankbaar in uw ogen. We zien heus wel hoe wanhopig u uw best doet. U reist van land naar land voor druk overleg met uw collega leiders. U onderhandelt, u wikt en weegt, u slaapt nog nauwelijks. Dat zien we heus wel. Maar u vecht voor iets wat wij, die u gekozen hebben, niet willen.


We begrijpen ook wel dat u geen tijd heeft om naar ons te luisteren. U ziet die kleurige iglotentjes niet van die idealisten op beurspleinen. U ziet de wanhoop niet van die miljoenen mensen die iedere avond weer op het nieuws horen dat er nieuwe bezuinigingen nodig zijn om Europa te redden. U ziet niet hoeveel mensen 's nachts wakker liggen met zorgen over dit jaar dat komen gaat. U ziet en hoort alleen uw eigen doorgedraaide mantra; de Euro moet gered worden. Als een neurotische dwanggedachte. Wellicht ziet u zichzelf als een held die geschiedenis aan het schrijven is. Iemand over wie kinderen later op school zullen leren dat het aan hem te danken was dat de Euro nog bestaat.


Word toch wakker, beste leiders. U vecht voor een ideaal van de elite dat niet langer gedragen wordt door uw achterban. Het is allemaal niet zo moeilijk en ingewikkeld. Als u nu maar even tot rust wilt komen. Even wilt luisteren naar wat wij willen. Zoveel is dat namelijk niet.


Wij willen eerlijke en kleine banken. Banken waar ons geld veilig is en niet gebruikt wordt om krankzinnige beleggingen mee te doen. Banken die net als wijzelf niet meer uitgeven dan ze hebben. Banken die ons eerlijk adviseren en geen rente meer rekenen. Banken die gewoon doen waarvoor ze uitgevonden zijn; het geld dat we niet nodig hebben, bewaren, en ons verantwoord geld lenen wanneer we het nodig hebben. Niet meer en niet minder. En dan liefst met een filiaal in ons eigen dorp, met een bankdirecteur die ons kent, en die wij kennen. U weet wel, net zoals vroeger, zo'n leuke, empatische man of vrouw die samen met ons oud wordt.


We willen een eerlijke munt. Zo'n munt waarvan je weet wat die waard is. Een munt waarin we geloven omdat hij gebaseerd is op onze arbeid. Niet een munt die zomaar in elkaar kan storten, omdat er zich 1000 kilometer verderop een ramp voltrekt. Want dat begrijpen we niet meer. En dat willen we niet meer. En of u hem nu Euro noemt, of Gulden, Neuro of Zeuro, dat maakt ons persoonlijk niet zoveel uit. Gewoon, een oerdegelijke munt, zonder gelazer. En nee, we vinden het niet erg wanneer we aan de grens weer moeten wisselen, dat vonden we charmant, al dat gereken, en het was ook prettig dat in dat andere land alles zo goedkoop leek, dat we het er eens goed van namen, en op die manier de economie van die buitenlanden ondersteunden.


We willen ook werken. Graag. Maar dan liefst niet in een bedrijf waarvan de directie en de aandeelhouders in een ander land zitten. We vinden het prettig te weten voor wie we werken. En dat we geen anoniem aantal zijn waarvan er in barre tijden x overtollig zijn en afgevoerd worden. Het liefst hebben we eigenlijk helemaal geen aandeelhouders meer van onze bedrijven. We willen gewoon gezonde bedrijven die doen waar ze goed in zijn, en die niet door de waan van de dag opeens de helft van hun waarde kunnen verliezen op de beurs. Dat snappen we namelijk niet. We willen gewoon dat de winst van onze arbeid in ons bedrijf geïnvesteerd wordt, en niet in dividend voor de aandeelhouders van ons bedrijf. Eigenlijk heel normaal en logisch. En liefst willen we ook voor duurzame bedrijven werken. Bedrijven die begrijpen dat we vooralsnog slechts één aarde hebben, en dat we die graag zo schoon mogelijk willen overdragen aan onze kinderen en kleinkinderen.
We willen ook graag belastingen betalen. Ieder naar eigen vermogen. We begrijpen dat ons dat veel voordeel oplevert. Daardoor kunnen we onze kinderen gratis naar school laten gaan, hebben we goede wegen waarover we kunnen rijden, worden we geholpen als we ziek zijn, en krijgen we steun als het leven iets minder fortuinlijk voor ons is. Voor al die zaken betalen we graag belastingen, als u het maar goed regelt en organiseert. En liefst natuurlijk op zo'n eerlijk mogelijke manier. Zo gek is onze vraag toch niet dat we het normaal vinden dat de rijkeren iets meer, en de armeren iets minder betalen? Maar we willen geen belastingen betalen voor enorme noodfondsen. Voor enorme Europese instituten waarvan u ons voortdurend bezweert dat ze ons zoveel voordeel opleveren, maar waarvan wij alleen maar merken dat wij moeten bezuinigen om ze in stand te houden. Nee, we willen niet dat u banken overneemt die misdadige zaken hebben gedaan. We willen niet dat u landen redt waarvan de corrupte leiders het geld over de bank hebben gesmeten. We geloven niet in dat geldverslindende project Europa van u. U heeft het geprobeerd, wij zijn er lang in mee gegaan, maar nu is het spelletje over. We willen dat Europa van u niet meer. Dat wilt niet zeggen dat we onze ogen willen sluiten voor onze buren. Maar we willen niet verantwoordelijk zijn voor de schulden van onze buren. Dat willen we in onze eigen straat toch ook niet? Als onze buur failliet gaat, dan willen we hem wel eens op het eten vragen om zijn verhaal te vertellen, maar we gaan toch niet zijn schuld af betalen? Dat begrijpen wij niet, beste leiders, en dat willen wij niet.


Tenslotte, beste leiders, willen we graag een rechtvaardige wereld. Een wereld die we weer begrijpen. Een wereld waarin iedereen te eten heeft, iedereen gezondheidszorg heeft, en alle kinderen naar school kunnen. Een wereld waarin iedereen een fatsoenlijk leven kan leiden. Maar in een wereld waarin het mogelijk is dat door hebzucht sommigen miljarden kunnen verdienen door te speculeren op schaarste, is niet rechtvaardig. Dat soort praktijken willen we niet meer. We willen dat dit als misdaad tegen de menselijkheid wordt gezien. We hebben niets tegen mensen die op een eerlijke manier hun brood verdienen, welvaart opbouwen, en daardoor meer welvaart in de wereld brengen. Maar we willen geen speculanten meer. Geen beurzen. Geen beleggers. Geen aandeelhouders. We willen niet langer digitaal geld. We willen het namelijk simpwelweg weer begrijpen. En we willen dat die mensen die zich met dat digitale geld verrijkt hebben, nu niet alleen zelf hun schulden afbetalen, maar ook bestraft worden omwille van hun praktijken. Ze hoeven niet de gevangenis in, want dat kost ons alleen maar geld. Nee, de bestraffing dient levenslange dwangarbeid te zijn om al hun onrecht weer goed te maken. Ze waren zo goed en slim om van niets een fortuin te maken, dat ze nu hun slimheid inzetten, om op een verantwoorde manier hun systeem geheel te ontmantelen, en wat er overblijft te verdelen in de wereld. Dan zijn wij zelfs graag bereid om hun te vergeven.


Beste leiders, durf nu te kiezen voor radicale veranderingen. Durf uw oude overtuigingen op te geven, en de wereld werkelijk te veranderen. Dan zult u werkelijk in de geschiedenisboekjes terecht te komen. Want anders zullen wij het zijn. Het volk. Het volk dat het niet meer begrijpt en het niet meer wilt. En dan zullen wij massaal de straat opgaan. En uiteindelijk zult u verjaagd worden. U kijkt toch ook naar het nieuws? De dag dat we het niet meer beleefd vragen, is niet meer zo ver weg. En al zet u het leger in, eenmaal dat wij het echt niet meer willen, zult u ons niet van het plein kunnen verjagen. Maar dan zullen wij net zo lang blijven zitten, tot u weg gaat.
Dankuwel beste leiders, dat u even de tijd nam om niet alleen naar elkaar, maar om voor een keer naar ons te luisteren.

Geert Kimpen.
www.geertkimpen.com
Deze brief, mag mits naamsvermelding, overal gekopieerd worden.

Brief aan onze Leiders.

17/02/2012
Wij zijn de 20 %

Wij zijn de 20 %.
Door Geert Kimpen.


Ik was erbij zaterdag 15 oktober. Bij de start van Occupy Amsterdam op het Beursplein. Het moet sinds de antikernwapendemonstraties geleden zijn, dat ik nog ergens de straat voor op kwam. Of ik dit later trots aan mijn kleinkinderen zal kunnen vertellen, weet ik niet. Ondanks het enorme plichtsgevoel erbij te moeten zijn enerzijds, en de onvoorwaardelijke sympathie voor dit niet te grijpen iniatief anderzijds, keerde ik toch met onbestemde gevoelens weer naar huis.


We waren met 1400, zo zeggen de officiële cijfers. Tenminste in Amsterdam. Want naar verluidt waren er op datzelfde moment in 700 andere steden in de wereld gelijkaardige bijeenkomsten.


Toen ik mijn rondje op het Beursplein liep, voelde ik me blij en opgetogen. In de mensen die ik er zag, herkende ik mezelf. Mensen, jong en oud, alternatief en keurig, met als gemeenschappelijke noemer dat ze allen bezorgd waren over de economische situatie en niet passief aan de kant wilden blijven zitten. Verfrissend was het dat er geen officiële woordvoerder van de beweging was, maar iedereen die dat wilde spreektijd kreeg voor de microfoon. Leuke, verrassende, positieve en gekke stemmen. Mensen die nagedacht hadden, en even hardop hun visie en ideeën konden delen.
Er werden ook standpunten verkondigd waar ik het niet mee eens was. Zoals een spreker die vond dat we alle geld moesten afschaffen en over moesten stappen op ruilhandel. Of een andere die verklaarde dat we moesten stoppen met onze rekeningen te betalen. Een derde had een soort systeem bedacht om de aanmaningen van incassobureaus straffeloos te negeren.


Een zeepkistje waarop iedereen zijn zegje mag doen, is natuurlijk net zowel de kracht als de zwakte van de Occupy-beweging. Er zijn geen grote standpunten of eisen die breed gedeeld worden. Het is vooral een onderbuikbeweging. Allemaal mensen zoals ik, die voelen dat het niet meer klopt en dat het economische systeem op instorten staat. Dat het tijd is voor verandering, en dat die verandering enorme kansen biedt voor een radicaal nieuw systeem gebaseerd op rechtvaardigheid. Verontwaardigde mensen omdat zij de rekening moeten betalen van landen en banken die jarenlang corrupt gehandeld hebben. Mensen die niet kunnen geloven dat het waar is, wat onze politici als een mantra beweren, dat als we geen miljarden storten in hopeloze ondernemingen, de rampspoed nog erger zal zijn. Mensen met kinderen die niet willen dat hun nageslacht een leven lang de schuld zal moeten dragen, van verkeerde beslissingen die vandaag worden genomen.


Nu is het frustrerende dat dit onderbuikgevoel door maar één politieke partij vertolkt wordt in Nederland, namelijk die van Geert Wilders. Zowel rechts als links waren het unaniem eens dat er opnieuw miljarden moeten gestort worden in een Europees Noodfonds. Er is maar één die daar klaar en duidelijk ‘nee' tegen zegt. Een man met vele verwerpelijke uitspraken en opvattingen. Wanneer de Occupy beweging niet met heldere standpunten en argumenten komt, ben ik bezorgd dat Wilders het onderbuikgevoel zal weten te kapen, met hele andere argumenten.


De bezetting van het Beursplein heeft een mooie symboolfunctie. Al die kleurige iglotentjes voor die statige beurs, de borden met slogans, zijn belangrijk om mensen aan het denken te zetten. Maar er zal meer nodig zijn. We moeten ons onderbuikgevoel nu vertalen in gezond verstand. In goede, frisse ideeën. In moed om te durven veranderen. Want het probleem is dat Occupy nu nauwelijks nieuwe ideeën verspreidt, alleen maar vooral het onderbuikgevoel. Eén van de sprekers verwoordde het mooi. Hij vertelde dat een beurshandelaar hem zei: "Jij leeft in een droom". En hij antwoordde; "Nee, ik ben zonet ontwaakt uit die droom, maar jij droomt nog lekker verder."


De winst van deze beweging is dat het ontwaakte mensen zijn. Mensen die niet alleen wakker zijn, maar ook bereid om actie te ondernemen. Ik heb niet zoveel met die spirituelen die zich nu terugtrekken in hun ivoren toren. Die een tikkeltje hooghartig verkondigen; "Wij hebben toch altijd gezegd dat er in deze tijd een grote bewustzijns verandering zou zijn. Het gebeurt vanzelf wel, daar hoeven we niet in mee te gaan. Laten wij eenheidsdenken, en mediteren, en dan komt het allemaal goed." Ik heb niets tegen eenheidsdenken, en ook niets tegen mediteren, maar wel tegen het veroordelende stemmetje tegen mensen die nu wel bereid zijn om zich in te zetten voor een nieuwe wereld. Ik bewonder de moed van mensen die nu wel hun onzekere stem durven te laten horen, en bereid zijn om iets te doen, in plaats van aan de zijkant te blijven zitten. De Occupy-mensen zijn mensen die tot actie komen, om andere mensen te inspireren, om na te denken, om te discussiëren, en om verantwoordelijkheid te nemen.
Maar de Occupybeweging heeft nu nood aan heldere standpunten.


Om nieuwe visies op de economie te formuleren, en te kunnen omhelzen, zijn er drie basisvoorwaarden nodig. Ten eerste moeten we het weer kunnen snappen. In de media horen we nu bijna alleen traditionele denkers, die in het oude systeem blijven geloven. Zij mogen breeduit hun argumenten tentoon spreiden waarom het noodzakelijk is miljarden te blijven investeren in banken en landen, en tegelijkertijd miljarden te bezuinigen op zaken die wij zelf belangrijk vinden. Er is geen tegengeluid. Alle politieke partijen, op Wilders na, zijn hiervan overtuigd. Terwijl er natuurlijk wel alternatieven moeten zijn. We hebben mensen nodig met verstand van zaken die ons uitleggen wat de situatie is waar we nu eenmaal met zijn allen in zitten. En mensen die ons alternatieven kunnen uitleggen, die andere scenarios kunnen bedenken dan de doemscenarios. Die mensen zijn er al wel, maar we horen ze te weinig. Zo is er het geweldige idee van de Robin Hood Taks. Een voorstel om 0,05 % te heffen op iedere beleggingstransactie in de wereld. Dat mensen die speculeren met geld , verplicht worden om een minimale bijdrage aan de wereld te leveren. Hoewel, miniem. Berekeningen leren dat dit ons minimaal 90 miljard euro per jaar zou opleveren. Daar kunnen we wel iets constructiefs voor de wereld mee doen. Pijnlijk dat Nederland één van de landen is, dat dit plan dwarsboomt.


Ten tweede moet het kleiner. Er is decennia lang een lobby geweest dat we mondiaal moesten denken, dat we Europees moesten denken, en nu blijkt dat een monster te zijn dat zich tegen ons keert. Een ongrijpbaar monster dat we niet meer snappen en vatten. Bedrijven en banken zijn groter geworden dan landen. Ze zijn allemaal met elkaar vervlochten in duizenden belangen, en ons wordt angst voorspiegeld dat als er één dominosteentje omvalt, het hele bouwwerk, wijzelf incluis, omver vallen. Er zijn zelfs mensen die speculeren op het in elkaar storten van de wereldeconomie. Beleggers die speculeren op het failliet van Griekenland en zich daar schaamteloos mee verrijken. Dit willen we niet meer. We zullen dat enorme bouwwerk moeten ontmantelen tot kleine, behapbare bouwstukken, die we weer begrijpen. Waarom zouden we een Europese unie moeten zijn? Al die landen, met zo'n verschillende culturen, zijn toch net verrijkend? Laten we weer in de eerste plaats zaken doen met onze directe medemensen. Fruit, groente en vlees kopen van onze boeren. Kleinschaligheid op economisch en politiek vlak, zodat we het weer kunnen begrijpen en onmiddellijk kunnen ingrijpen wanneer het uit de hand loopt. Kleiner wil niet zeggen dat we onze ogen sluiten voor de noden van de wereld. Integendeel. We moeten weer vat krijgen op wat wij zelf kunnen doen. Hoe wij zowel voor onze directe omgeving, als voor de wereld, zorg kunnen dragen. Want dat is eenheidsdenken; verantwoordelijkheid nemen voor onszelf, voor ons dorp, en voor de wereld.


Ten derde moeten we in deze zo belangrijke tijd kunnen kiezen. De Europese bevolking was massaal tegen de Europese grondwet, maar via slinkse omwegen werd die toch geruisloos geaccepteerd. We delen massaal het onderbuikgevoel dat we geen miljarden in een noodfonds moeten stoppen, maar toch wordt zelfs de kleine moedige natie Slovakije met politiek wisselgeld overhaalt om voor te stemmen. Zelfs al snapt er niet een Slovaak waarom zij die slechts 300 euro pensioen hebben, zouden moeten betalen aan de pensioenen van Grieken die 1000 euro krijgen.


We moeten het kunnen snappen. Het moet weer kleiner. En we moeten kunnen kiezen.
De Occupybeweging heeft nu als enige slogan; "We are the 99 %", waarmee ze willen zeggen dat 1 % van de wereld zich verrijkt met de inspanningen van 99 % van de bevolking.
Ik wil niét tot de 99 % behoren. Ik wil me niet scharen in de machteloze massa en de kudde. Hoogstens wil ik tot de 20 % behoren die men de ‘kritische massa' noemt. Wanneer 15% tot 20% van een bepaalde doelgroep zich achter een nieuw idee schaart, is de "kritische massa" bereikt. Vanaf dan ontstaat er een olievlekbeweging, waarbij de grote massa de nieuwe ideeën overneemt.
Ik geloof niet dat het volstaat om uitsluitend ergens tégen te zijn. Ik geloof dat het geen zin heeft om tegen de 1 % te zijn, maar wel om vóór de 20 % te zijn die nieuwe ideeën durft te omarmen. En daarom zullen we concreet moeten worden.
De wereld is al veranderd, alleen het systeem nog niet. We hebben heel wat verworvenheden die we niet meer op willen geven. Laten we die verworvenheden inpassen in een nieuw, rechtvaardig systeem. Een systeem waarin iedereen zich kan ontplooien. Iedereen zijn steentje bijdraagt. En waarbij iedereen weer snapt hoe de wereld in elkaar zit. De Berlijnse muur is kunnen vallen al leek dat zo lang ondenkbaar te zijn. Dictators zijn verjaagd al leken ze voor eeuwig te zullen regeren. Dus waarom zou het ongebreidelde kapitalisme niet kunnen instorten? Maar laten we niet alleen maar schoppen tegen het systeem, maar vooral een nieuw systeem opbouwen. Stap voor stap. We are the 20 % that change the wordl!

Geert Kimpen, www.geertkimpen.com

Dit verhaal mag mits naamsvermelding overal gecopieerd worden.

Wij zijn de 20 %

17/02/2012
Het is tijd voor een Revolutie.

Het is tijd voor een revolutie.
Door Geert Kimpen.


Ik weet niet hoe het u vergaat, maar met verbijstering volg ik het financiële nieuws op radio, tv en in de kranten. Voor het eerst in mijn leven heb ik een soort van onderbuik gevoel over een mondiale crisis die zijn weerga niet kent. Ik ben geen doemdenker, geen Maya-adept die denkt dat er in 2012 allemaal schokkende zaken gaan gebeuren, geen complot-aanhanger. Maar het slechte nieuws dat onafgebroken over ons heen dondert, boezemt me angst in.


Dat bedrijven failliet kunnen gaan, lijkt me evident. Dat banken omver kegelen, vond ik erg schokkend maar is inmiddels eigenlijk al vertrouwd nieuws geworden. Maar dat nu ook landen op het punt staan in te storten, vind ik huiveringwekkend. Geen landen in Afrika, noch in Zuid-Amerika, nee, hier vlakbij, bondgenoten in onze Europese Unie.


Ik zie de zenuwachtigheid in de ogen van onze politieke leiders, die nog nauwelijks hun natuurlijke kalmte en zelfvertrouwen kunnen bewaren. Ik neem notitie van de vele geheime tops die plaatsvinden en waarvan niemand weet wat er precies bedisseld wordt. Ik onderga gelaten de ene afkondiging na de andere van op til staande bezuinigingen, donkere prognoses, en net als ieder ander, heb ik nog geen flauw idee welke impact al deze rampspoed op jouw of mijn leven concreet zal hebben.


Het enige dat ik wel weet, of voel, is een onbehaaglijk gevoel van ongelooflijk opgelicht te zijn. Een soort onmachtige kwaadheid van genaaid te zijn door een financieel systeem dat dol is gedraaid waarvan jij en ik niet de voordelen genoten, maar nu wel de rekening van moeten betalen.


Miljarden vliegen ons om de oren als grootheden die niemand meer kan vatten. Niemand begrijpt hoe soms in een weekend tijd, met druk overleg op geheime locaties, enkele miljarden gevonden kunnen worden om een bank overeind te houden. Hoe het mogelijk is dat we blijkbaar wel miljarden ‘ergens op een rekening' hebben staan om Griekenland te redden. Maar hoe onverbiddelijk anderzijds onze leiders beweren dat we moeten bezuinigen op alles wat voor ons mensen lief en noodzakelijk is.


Hoe kunnen we begrijpen dat er miljarden naar andere banken en landen gesluisd worden, en dat voor alles waarvoor wij dachten belastingen te betalen, ons pensioen, onze zorgkosten, ons onderwijs, steeds minder en minder geld is?
Maar het meest verbijsterd nog ben ik door ons stilzwijgen. Gelaten zitten we als konijnen in de enorme gloeilamp van onze televisie te kijken, we laten ons vermaken door de hysterische lach van Gordon, door een Joling die in een potsierlijk pakje danst over het ijs, door een programma als Spuiten en Slikken dat een 29 jarige jongen live laat ontmaagden door een escortgirl, en we houden onze mond. Alsof we gehypnotiseerd zijn. Lamgeslagen, monddood gemaakt. Versuft door brood en spelen.


Wij hebben de crisis toch niet veroorzaakt? Wij hebben toch geen misdadige financiële producten bedacht die ons deden geloven dat ze onze winst zouden verdriedubbelen, maar gebaseerd waren op lucht, en alleen enkele bankiers en aandeelhouders steenrijk maakten? Wij hebben toch geen onverantwoorde hypotheken verschaft? Wij hebben toch niet betoogd dat we perse de euro wilden? Wij hebben ons toch niet verrijkt met exuberante bonussen waarvan je meerdere dorpen een jaar lang zou kunnen onderhouden?


Maar toch ondergaan we het apathisch. We komen niet de straat op. Niet voor onszelf, noch voor onze kinderen, en al helemaal niet voor de miljoenen mensen in de Hoorn van Afrika die op dit moment sterven van honger en dorst. We gedragen ons als onmachtigen. We begrijpen in het beste geval dat we gemanipuleerd worden. Dat wij onrechtmatig rekeningen moeten betalen van zaken waar we niet om gevraagd hebben. Dat al onze inspanningen om iets van ons eigen leven te maken, ontmoedigd worden, belast, en we verpulverd worden onder deprimerend makend nieuws. We verschuilen ons in onze huizen en slikken als makke schapen dat er geen geld meer is voor de zwaksten in onze samenleving, en gaan haast geloven dat ontwikkelingshulp weggesmeten geld is. We verschuilen ons onder ons warme dekbed en hopen dat de storm wel zal overwaaien en dat de schade voor ons eigen leven wel zal meevallen.

Waarom zeggen we niet collectief "nee"? Waarom nemen we geen voorbeeld aan de volkeren in Tunesië en Egypte, die het ook niet langer pikten, en net zolang de straat opgingen, tot hun leiders met pek en veren verjaagd werden? Is het omdat we Rutte zo'n sympathiek joch vinden? Dat we denken dat zo'n gestudeerde jongen het wel beter zal weten dan ons eigen gezonde verstand?


In heel Europa is er welgeteld één dorp dat "nee" zegt. Een klein dorpje in de buurt van Rome. Filettino. De burgemeester van dit dorp, zei; "Bekijk het maar. Wij gaan niet de rekening betalen van onze corrupte leiders. Wij verklaren ons bij deze onafhankelijk. Vanaf nu zijn we ons eigen Prinsdom, en drukken we onze eigen munt." En dat hebben ze dus gedaan, enkele weken geleden.


Zo eenvoudig is het. Wij zijn vergeten dat geld gebaseerd is op geloof. Geld an sich is niets waard. Ja, vroeger nog wel, toen we een goudstandaard hadden, waarbij het geld een symbolische weergave was van de goudvoorraad. Het was een simpel en briljant geldsysteem, door niemand minder dan door het grote genie Isaac Newton bedacht. Nu is geld precies dat waard waarvan wij bereid zijn te geloven dat het waard is. Al die miljarden waar onze leiders mee goochelen, bestaan immers niet. Het is een pure virtuele werkelijkheid die geen enkele grondslag meer heeft in de werkelijke wereld. De Fed, in Amerika, drukt dollars tegen de klippen op, zonder enig gevoel voor realiteit. Of tenminste zonder gevoel voor onze realiteit. Onlangs ontdekte ik tot mijn verbijstering dat de Fed niet de centrale bank is van Amerika, maar een privé bank, die de privé belangen van zijn eigenaren dient. Naar verluidt een groepje steenrijke families die de hele wereldeconomie in handen hebben en gijzelen.


En dat kan alleen maar, zolang wij bereid zijn te geloven in de enorme leugen die geld is geworden. In werkelijkheid zijn het enkel cijfers in een computer. Cijfers die van het ene moment op het andere gewist kunnen worden. Cijfers die enkel waardeloze briefjes papier vertegenwoordigen, maar geen werkelijke waarden meer in de wereld. Een enorme luchtballon die ontzettend op knappen staat.


En de enigen die deze waanzin een halt kunnen toeroepen, zijn wij. Onze politici, onze bankiers en onze mega-ondernemingen vechten krampachtig om dit logge onbegrijpelijke vehikel in stand te houden. Deze oude manier van denken waarbij wij mensen een massale veestapel zijn die gemolken worden door een kleine elite die er alles aan gelegen is hun fortuin en macht te beschermen.


Wanneer wij eenvoudigweg besluiten dat we niet langer geloven in dit corrupte systeem, dat we de leugen doorprikken dat alleen een mondiale economie, schaalvergroting, een gemeenschappelijke munt ons verlichting zou brengen, dat wij eenvoudigweg besluiten dat we niet langer geloven in dit geldsysteem, dan stort het in elkaar. Natuurlijk zal dat een enorme puinhoop zijn. Maar de dingen die werkelijk wat waard zijn, zoals ons dagelijks brood en ons drinken, die zullen weer naar waarde gewaardeerd worden, en niet de schimmige manipulaties van snelle jongens in vlotte pakken die ons met verdeel en heers denken in het gareel houden.


Het wordt tijd dat we net zoals dat kleine dorpje in Italië, durven onze onafhankelijkheid af te roepen. Dat we ons eigen prinsdom stichten. Een nieuwe munt durven te omarmen, gebaseerd op werkelijke waarde, en we de kettingen van de rente afgooien en verbieden. Want dat rente een virtueel monster is dat alleen maar groter en verschrikkelijker wordt, dat moeten we op zijn minst nu toch wel geleerd hebben.


We moeten de moed hebben om opnieuw te beginnen. De moed hebben om in te zien dat we belazerd worden. En dat het geen excuus is dat we het zogenaamd niet meer snappen, omdat men het bewust allemaal zo ingewikkeld en complex voorstelt. In wezen is het natuurlijk ongelooflijk simpel. Ieder kind snapt het. Als het 1 euro zakgeld krijgt, kan het wel een snoepje kopen, maar niet een fiets. Zo simpel is het.


Laten wij, die toch koketteren dat we met bewustzijn bezig zijn, eens voor een keer niet alleen met onze eigen navel bezig zijn, maar met deze wereld, zodat zowel onze kinderen, als al die kinderen in landen die nu hongerend ten onder gaan, een toekomst hebben, en niet de schuld zullen moeten afbetalen die wij onze leiders nu zonder enig protest laten maken.
Laten we massaal de straat op gaan. Dag na dag na dag. Net zoals in het Midden Oosten. Net zolang tot het gezonde verstand weer regeert. Laat ons excuus naar komende generaties niet zijn: "Wir haben es nicht gewust". Want we staan er nu allemaal bij, en we kijken er naar. We worden geregeerd door angst. Maar angst is slechts voor één ding bang... dat wij niet langer bang voor hem zullen zijn.

Geert Kimpen, www.geertkimpen.com

Deze tekst mag mits naamsvermelding overal gecopieerd worden.

Het is tijd voor een Revolutie.

TOP

Delen: