Nieuwsberichten 2024

20/04/2024
DE BELOFTE AAN MARIA MAGDALENA Door Geert Kimpen.

Al tien jaar lang had ik dit boek voor me uitgeschoven.

Ooit, vertelde ik me zelf altijd, ooit zal ik een boek over Maria Magdalena schrijven, maar nu nog niet, het is de tijd nog niet, ik ben er nog niet rijp genoeg voor.

Tot het leven zelf ingreep…

Michelle en ik zaten samen op de uitgestrekte, theaterrode bank in mijn woonkamer, beiden in een uithoek.

Op één of andere manier was Michelle alle vrouwen, dacht ik terwijl ik naar haar onpeilbare blik keek. Die starende ogen die iets zagen dat voor mij niet waarneembaar was. Alsof ze in een diepere laag van de werkelijkheid keek. Het gebeurde altijd onverwacht, vaak midden in een gesprek, zoals nu terwijl we samen op de bank zaten. Ze verdween dan in tijd en ruimte en was even onbereikbaar. Vroeger had die blik me wel eens bang gemaakt, maar ik was eraan gewend geraakt en liet haar. Die blik hoorde bij haar ravenzwarte krullen en de sierlijke, strakke jurken die ze altijd vol gratie droeg.

‘Ze is alle vrouwen,’ dacht ik. ‘Alle vrouwen uit het verleden, het heden en de toekomst.’

Het was één van de vele redenen waarom ik verliefd op haar was geworden. Toen ik haar voor het eerst zag, leek het of ik alle vrouwelijke hoofdpersonages uit mijn boeken in levende lijve had gemanifesteerd. Het was haar gezicht dat ik al die tijd gezien had toen ik die boeken schreef. Zij was het meisje waar ik elk boek weer, tezamen met mijn mannelijk hoofdpersonage, verliefd op werd.

Toen ik voor het eerst met haar vree, voelde het alsof ik thuiskwam. Het was alsof God ons in één mal had gegoten, ons vervolgens gesplitst had in een mannelijk en een vrouwelijk deel, en toen we bij elkaar kwamen, ons weer in elkaar klikte.

Michelles’ blik was deze avond nog ernstiger dan anders. Ik wilde zo graag eens in haar hoofd kijken en weten wat er dan in haar omging. Wat ze zag en wat ze voelde.

“Maria wil iets zeggen,” zei ze plotseling.

‘Maria? Bedoel je mijn moeder,’ vroeg ik.

‘Ik weet het niet,’ zei ze waarop de oude kroonluchter heftig begon te flikkeren. ‘Ik weet niet welke Maria.’

Het leek of het plots kouder in de kamer werd. Alsof de negende van Beethoven door mijn lichaam denderde.

‘Het is zowel je moeder als zij,’ zei Michelle nu iets zelfverzekerder en wees naar het Mariabeeld op de schoorsteen. ‘Ze zegt dat je over haar geschreven hebt?’

Ik knikte.

‘Ik voel een geheim,’ zei Michelle, ‘een belofte. Een niet nagekomen belofte. Een schuld.’

‘Nee,’ dacht ik en huiverde. Dit kon niet waar zijn.. Michelle moest vast iets anders bedoelen. Het kon niet dat ze zo specifiek namens Maria sprak. Was er geen andere belofte, dacht ik koortsachtig die ik niet nagekomen was? Het was toch uitgesloten dat uitgerekend Maria mij hierop zou aanspreken en mij zou herinneren?

Ik ging ongemakkelijk verzitten, krabde zenuwachtig aan mijn wang, probeerde het weg te lachen.

Maar de blik van Michelle was zo doordringend dat ik wist dat ik niet kon ontsnappen door een vaag smoesje te bedenken. Ik wist zo duidelijk wat ze bedoelde en verbleekte. Ik probeerde me nog heel even van de onnozele te houden maar toen brak ik. 

Ik begon te huilen en wist dat ik het geheim van de niet nagekomen belofte moest delen. Een geheim dat ik met alle macht had proberen te verdringen om het te vergeten. Maar ik wist dat Michelle overal doorheen keek. Ondanks dat ik al zovele geheimen met haar gedeeld had, had ik dit verborgen weten te houden. Nu moest ik  het aan haar voorleggen en dat zou alles veranderen. Met dit geheim zou ik niet wegkomen bij haar. Ze zou geen enkel excuus van me dulden. Nu was het moment om het geheim te delen waar ik me zo diep over schaamde.

“Het is een oude belofte aan Arthur, mijn uitgever,” begon ik aarzelend mijn verhaal.

Arthur was de uitgever die me ontdekt had, in mij geloofd had en er mede voor gezorgd had dat mijn debuut in één keer mijn naam als schrijver vestigde.

Arthur zorgde als een vader voor me.

‘Toen ik in een lange periode van een writer’s block zat waardoor ik in geldproblemen kwam, deelde ik mijn zorgen met Arthur. Hij veroordeelde me niet, hij wist dat ik best verstandig met mijn geld omging, maar als een schrijver te lang geen nieuw boek uitbracht, dan waren er natuurlijk ook geen nieuwe inkomsten. En geldnood was niet bevorderlijk voor de inspiratie.

‘Heb je nog een idee voor een boek na dit boek dat je aan het schrijven bent,’ vroeg Arthur me.

‘Ja,’ had ik geantwoord, ‘ik zou ooit een boek over Maria Magdalena willen schrijven. Ik denk dat dat mijn ultieme boek zal worden. Het échte verhaal van Maria Magdalena en haar relatie met Jezus, gebaseerd op de apocriefe geschriften. Ik heb zo het vermoeden dat niet alleen haar rol veel belangrijker was dan dat ons werd verteld, maar ook dat zij een krachtige boodschap had, die weg- gesneden is uit de geschiedenis. Maar daar moet ik nog veel research voor doen.’

Arthur was meteen enthousiast geweest. Hij zag dat boek helemaal voor zich. Hij klapte nog net niet in zijn handen van enthousiasme.

Hij schreef een bedrag op een papiertje waar ik het wel drie jaar mee uit zou kunnen zingen.

‘Arthur vroeg me: ‘Zou je daar een tijdje mee verder kunnen? Dan maak je eerst dit boek af wanneer je je weer beter voelt en begin je daarna aan je Maria Magdalena-boek. Wat denk je?’

Reeds de week daarop lag er een contract op mijn deurmat en nog een week later stond het geld op mijn rekening. Doordat ik me nu een hele tijd geen zorgen hoefde te maken over mijn financiën, kwam er weer rust in mijn hoofd en kon ik langzaam maar zeker weer schrijven…’

‘Vertel maar,’ zei Michelle zacht, ‘vertel maar alles.’

‘En toen ging Arthur plotsklaps weg bij de uitgeverij,’ zei ik  terwijl ik Michelle  schuchter aankeek.

‘Dat moet een klap voor je geweest zijn,’ zei Michelle.

‘Ja, al gunde ik hem zijn rust natuurlijk. Maar het voelde heel onverwacht. Ik was mijn beschermheer kwijt. En ik werd, zoals ik gevreesd had, een weeskind bij de uitgeverij.

Ik werd niet meer gebeld. Het interesseerde zijn opvolger niet of ik wel of niet met een nieuw boek zou komen. Ik hield de eer aan mezelf en ging weg, zonder het beloofde boek te schrijven.”

Michelle was lange tijd stil terwijl ze het verhaal tot zich liet doordringen.

‘Wacht even, ze is er weer. Zag je de lamp knipperen?’

Ik had het niet gezien maar geloofde haar meteen.

‘Wat komt ze doen,’ vroeg ik terwijl ik haar intense blik gericht zag op het Mariabeeld op de schoorsteen.

‘Ze komt je herinneren, Geert. Het lijkt bijna of haar gezicht beweegt en levend wordt.’

Ik bleef met mijn rug naar het beeld zitten omdat ik wist dat ze via haar met me praatte. Ze had Michelle nodig om mij te bereiken. Haar trilling was te fijn voor mij.

Plots meende ik boven het televisietoestel de contouren van Maria Magdalena te zien verschijnen.

Ik twijfelde aan mezelf.

‘Zie jij dat ook,’ vroeg ik aarzelend.

‘Ja,” zei Michelle zonder twijfel terwijl de lamp donkerder en dan weer feller werd alsof ze haar schaduw wilde accentueren.

Als een kind greep ik de hand Michelle om steun te zoeken.

Het was onmiskenbaar. Het levensgrootte silhouet van Maria Magdalena tekende zich af op het reliëf van mijn oudroze behangpapier.

Het zoog me naar haar toe.

Ik voelde dat ik alleen maar kon staren alsof ik in het behangpapier onder haar kleed kon verdwijnen.

En toen zag ik zelfs haar handen bewegen. Ze strekte haar armen naar beneden uit met uitnodigende handen. Wat later maakte ze met haar handen een zwaaibeweging naar haar borst toe die uitdrukte; “Kom maar, kom maar hier.”

Nu was het Michelle die naar mij staarde en me in de gaten hield.

‘Ze heeft een boodschap voor je,’ begeleidde ze me, ‘wat komt ze je vertellen?’

Ik voelde een krachtige aanwezigheid in mijn hele wezen. Een boodschap die helder klonk in mijn hoofd en me beangstigde.

‘Soms moeten liefdespartners de moed hebben zich een tijdlang los van elkaar te ontwikkelen. Liefdespartners hebben de neiging om alles bij elkaar te willen uitzoeken. Om alles bij elkaar te willen oplossen. Om alles met elkaar te willen bespreken, helen, groeien. Als het teveel wordt, dan verstikt het. Er is er altijd één die die daar eerder last heeft van de andere. Die zich moet loswortelen tegen de natuurlijke gang van zaken in.

Het is goed en moedig om elkaar tijdelijk los te laten. Om naar jezelf te kijken, in jezelf, met jezelf te kunnen zijn. Geen rekening te houden met de ander. Maar je zelf aan te vullen, bij te tanken, weer vol te worden.’

Het voelde als een fysieke, bekrachtigende boodschap. Een inwijding haast. Al waren het woorden die tegen alles indruiste wat ik wilde.

‘Er komt altijd angst kijken bij loslaten,’ las de stem mijn gedachten. ‘Vooral bij de partner die hierin niet het initiatief neemt, die nog niet ziet dat het nodig is. Zijn verlatingsangst wordt ontzettend geprikkeld. Hij denkt dat de ander niet meer van hem houdt. Dat ze hem beu is, niet meer aantrekkelijk vindt, dat ze vreemd zal gaan, dat ze uit elkaar zullen groeien en de weg niet terug zullen vinden. Er is ook de angst dat de ander zal ontwikkelen tot een nieuw iemand met wie er geen connectie meer is. Dat die zo veranderd is, dat het onaanvaardbaar lijkt om ermee te leven. Het is pijnlijk om los te laten maar toch is het goed als het soms gebeurd. Als de relatie te symbiotisch is geworden, teveel op elkaar gericht is en beiden bezwijken onder elkaars verwachtingen die niet meer voldaan kunnen worden.

Loslaten geeft de kans op opnieuw te beginnen. Om opnieuw te voelen waarom je ook alweer op je partner viel. Hoe dierbaar die is en wat voor verrijking die is voor je leven. Maar ook na te gaan welk wederzijds misbruik ontstaan is, welke ongeschreven contracten er ontstaan zijn die verstikken. Waar jullie elkaar kleiner maakten in plaats van groter.’

ik wist dat het waar was wat ik hoorde. Ik richtte mijn leven te veel op Michelle. Zij bezweek bijna onder die druk had ze al vaker aangegeven. Daar waar ik haar meer wilde vasthouden, leek zij me net meer te willen loslaten.

‘Loslaten is niet hetzelfde als breken. Het is wel breken met patronen, met beklemming, met vastgeroeste patronen. Maar niet breken met elkaar. Het is behouden wat goed is aan elkaar. Het is je zelf herontdekken en daardoor de ander. Het is weer van jezelf gaan houden en ontdekken wat je belangrijk vindt. Het is je zelf lichter maken. Zachter. Begripvoller. Liefdevoller. Niet meer claimend. Niet meer veroordelend. Niet meer boos, verdrietig of angstig. Het is je eigen hart open en zacht maken. Zodat je weer fris de ander kunt ontvangen.’

‘Gaat het wel goed,’ vroeg Michelle bezorgd, ‘misschien is het wel goed zo voor nu, anders verlies je misschien jezelf, het lijkt me tijd om het zachtjes af te sluiten.’

Maar ik wilde nog niet, ondanks de aard van de boodschap, was het heerlijk in een andere bewustzijns laag te zijn dan in mijn vermoeiende gedachten die de hele dag als karrensporen maalden door het zand van steeds weer dezelfde paden.

‘Het ultieme loslaten was voor mij toen Jezus Jeruzalem verliet na de kruisiging. Dat was een loslaten waarbij ik zo goed als zeker wist dat ik hem nooit meer zou zien. Dat ik het vanaf dan alleen zou moeten doen, dat was haast ondraaglijk. Maar ook toen heeft hij mij en ik hem niet losgelaten ook al zijn we beiden nieuwe liefdesrelaties aangegaan.

Dat is het ultieme loslaten wat ook gebeurt wanneer een van de twee overlijdt. Het definitieve fysieke loslaten van elkaar en is immens pijnlijk, maar zelfs dan hoef je elkaar niet geheel los te laten en blijft de liefde bestaan.

Nu hebben we het over het kleinere loslaten. De bezinningsperiode. De afkoelingsperiode. De liefdesretraite om weer tot jezelf te komen.  Dat kleine loslaten is een zegening voor elke relatie.

Ik heb Jezus vaak moeten loslaten. We zijn niet altijd samen opgetrokken. Soms ging hij alleen verder en vervoegde ik hem pas weer later. Soms had hij dingen te doen, en had ik andere dingen te doen. We gaven elkaar die vrijheid en het deed pijn. Ergens was er ook de vrouw in mij die geen dag zonder hem wilde zijn. Het afscheid deed iedere keer pijn en ik moest iedere keer vertrouwen dat hij terug zou komen, of dat ik terug zou gaan. Maar het heeft ons beiden veel gebracht. We werden er sterker en krachtiger door. Het versterkte mijn innerlijke man die voor zichzelf kon zorgen. En het versterkte zijn innerlijke vrouw die daardoor beter kon voelen en daar mij niet voor nodig had. We werden er completere mensen door.’

“Geert? Geert, kom langzaam weer naar hier. Ik voel dat ik je moet terugroepen,” zei Michelle beschermend en verontschuldigend.

Toen ik weer tot zichzelf gekomen was, vroeg Michelle: ‘En? Neem je het nu serieus?’

Ik antwoordde niet. Later, dacht ik, later. Het was de tijd nog niet. Ik wilde dit niet. Dit zou alles op zijn kop zetten. Ik wilde niet loslaten. Ik zou eerst nog een ander boek schrijven. En dan misschien.

Michelle schudde haar hoofd terwijl ze mijn gedachten las.

‘Jezus, Geert, hoeveel tekenen heb jij nog nodig?’

 

 

Uiteindelijk heeft Geert geluisterd en het boek geschreven.

Ik, Maria Magdalena is te koop in alle boekhandels.

Geert geeft in het hele land lezingen over dit boek. Kijk op; www.geertkimpen.com

 

TOP

Delen: